De morele argumenten

In onze maatschappij wordt het als volledig normaal beschouwd en moreel toelaatbaar geacht om dieren ten behoeve van de mens te exploiteren (melkkoeien), te folteren (dierproeven) en te doden (slachtvee). 

De evolutie heeft de mens begiftigd met de vaardigheden en de middelen om deze uitbuiting van dieren te realiseren. Een voorrecht en zeer verleidelijk voor de mens, want hij kan met de “macht van de sterkste”, ook het “recht van de sterkste” laten gelden. Dit “recht van de sterkste” is de basis voor de exploitatie, het martelen en het doden van dieren.

Dat dit misbruik op zulke grote schaal plaatsvindt is op zich vreemd. Is het geen fundamenteel kenmerk van de moraal van onze samenleving is net dit “recht van de sterkste” aan banden wordt gelegd? Echte morele waarden tolereren geen willekeur door de sterkste, enkel gebaseerd op het eigenbelang. Het “recht van de sterkste” en echte morele waarden zijn tegenpolen die elkaar wederzijds uitsluiten. De uitbuiting van zwakkeren door de mens is niet in overeenstemming met onze morele principes. Onze moraal houdt in dat er ook rekening moet worden gehouden met de belangen van de zwakkeren.

Wat er op moreel vlak gebeurd is dit: om de exploitatie van de zwakkere dieren moreel te legitimeren bedient onze samenleving zich van speciale ethische constructies. De menselijke soort kent zichzelf daarin een inherente hogere “waarde” toe om daarmee andere diersoorten uit te kunnen sluiten van de geldende normen. Er moet nagegaan worden of deze bijzondere constructie, die de genadeloze exploitatie van dieren mogelijk maakt, wel standhoudt als ze wordt getoetst aan de wetten van de logica, en of ze wel verenigbaar is met een echte moraal.

Beeld u zich eens in dat er een “superwezen” zou opduiken, dat op een hogere trap van ontwikkeling zou staan, met een veel grotere fysieke kracht en beduidend grotere intelligentie dan de mens. Het is niet eens ondenkbaar dat wetenschappers dit door genetische manipulatie en optimalisatie werkelijkheid zouden kunnen laten worden. Deze “superwezens” zouden dan net zo superieur zijn aan de menselijke soort als de mens nu superieur is aan het dier. Stel dat deze “superwezens” voor zichzelf ook een hogere “waarde” in vergelijking met de mens zouden vooropstellen. Dan zouden mensen, net als de dieren nu, door dit waardensysteem uitgesloten zijn van elke basisrecht en volledig overgeleverd zijn aan de willekeur van het “recht van de sterkste”  van deze wezens.